• Veel gestelde vragen
  • |
  • Wat moet u weten
  • |
  • Partners
  • |
  • Contact
  • |
  • Home


  • Partneralimentatie
  • » Wie zijn onderhoudsplichtig?
  • sluiten Na de echtscheiding hebben ex-echtgenoten de plicht in elkaars onderhoud te voorzien, als daaraan behoefte is. Ouders hebben een onderhoudsplicht voor hun kinderen tot zij 21 jaar oud zijn. Stiefouders zijn verplicht hun stiefkinderen te onderhouden zolang deze tot zijn huishouden behoren.
  • » Hoe wordt alimentatie berekend?
  • sluiten Voor de hoogte van de (kinder- of partner)alimentatie gelden volgens de wet twee criteria, te weten behoefte en draagkracht.
    De draagkracht geeft aan wat de alimentatieplichtige kan betalen. Voor de berekening daarvan wordt gebruik gemaakt van de zogenoemde Tremanormen.
  • » Wat zijn Tremanormen?
  • sluiten Tremanormen zijn door de Vereniging voor Rechtspraak ontwikkelde richtlijnen, die rechtbanken gebruiken om de alimentatie vast te stellen. Het zijn geen wettelijke regels. De rechter kan besluiten er van af te wijken, wat in uitzonderingsgevallen ook wel gebeurt.
  • » Zijn de Tremanormen verplicht?
  • sluiten Nee. Als partijen zelf afspraken maken over de alimentatie staat het hen vrij om afwijkende regelingen te treffen voor de partneralimentatie.
  • » Wat is draagkrachtloos inkomen?
  • sluiten Het draagkrachtloos inkomen is het bedrag dat de alimentatieplichtige minimaal voor zichzelf nodig heeft op grond van de Tremanormen.
  • » Wat is de vrije bestedingsruimte?
  • sluiten De vrije bestedingsruimte is het bedrag dat de alimentatieplichtige voor zichzelf mag behouden naast het draagkrachtloos inkomen.
  • » Wat is draagkracht?
  • sluiten De draagkracht is de financiële ruimte die de alimentatieplichtige heeft voor alimentatie. Het is zijn netto-inkomen na aftrek van het draagkrachtloos inkomen en de vrije bestedingsruimte.
  • » Hoe wordt de draagkracht berekend?
  • sluiten Bij de berekening van de draagkracht wordt eerst het gemiddelde netto inkomen (A) per maand van de alimentatieplichtige vastgesteld. Dit is het bruto jaarinkomen (inclusief vakantiegeld, 13e maand, bonussen overwerkvergoeding e.d.) minus het bedrag dat hij aan inkomstenbelasting betaalt. Hierin zijn dus ook begrepen de belastingvoordelen wegens hypotheekrente of bijvoorbeeld de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering of pensioen.

    Vervolgens wordt op grond van de Tremanormen het draagkrachtloos inkomen (B) berekend. Dit is de minimale behoefte van de alimentatieplichtige opgebouwd uit de bijstandsnorm (voor een alleenstaande of, als er een nieuwe partner is, voor een gezin) verhoogd met de werkelijke woonlasten, de premie zorgverzekeringswet, de kosten van de omgangsregeling en nog enkele vast omschreven aftrekposten. Wat overblijft is de zogenaamde draagkrachtruimte of vrije bestedingsruimte. (C).

    Van deze draagkrachtruimte is 60% (of 45% als er een nieuwe partner is zonder inkomen of er behoren nog andere kinderen tot het huishouden van de alimentatieplichtige) beschikbaar voor alimentatie. Dit is de draagkracht van de alimentatieplichtige. Deze draagkracht is een netto bedrag, te verdelen tussen kinderen (voor zover aanwezig) en ex partner. Het daarvan voor de ex partner te bestemmen gedeelte dient tenslotte nog te worden omgerekend naar een bruto bedrag. Dit wil zeggen dat het bedrag moet worden verhoogd met de belastingvoordelen die de alimentatieplichtige zal ontvangen wegens de persoonsgebonden aftrek kinderalimentatie en aftrek partneralimentatie.

    Voorbeeld: Paul verdient netto € 3.200,- per maand. Zijn draagkrachtloos inkomen is € 1.200,-. Hij heeft dus vrij te besteden € 2000,-. Dit is dus de draagkrachtruimte. Hiervan is 60% bestemd voor alimentatie, ofwel € 1.200,- netto. Bij een (geschatte) belastingdruk van 42% is dit een bruto partneralimentatie van € 2.068,- . Dit is de maximale partneralimentatie naar draagkracht.

    In schema:
    Draagkrachtruimte C = netto besteedbaar inkomen A -/- draagkrachtloos inkomen volgens Tremanormen B. Maximale alimentatie naar draagkracht = draagkrachtruimte C x 60% (of 45%) + fiscale voordelen
  • » Hoe wordt de behoefte van de partner berekend?
  • sluiten De behoefte van de alimentatiegerechtigde hangt af van de welstand tijdens het huwelijk. In beginsel heeft de alimentatiegerechtigde er recht op zoveel mogelijk het niveau te kunnen handhaven dat tijdens het huwelijk gold. Deze huwelijksgerelateerde behoefte wordt als volgt berekend. Uitgegaan wordt van het gezamenlijk netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk. Daarvan worden de kosten van de kinderen afgetrokken. Wat overblijft wordt gedeeld door twee en verhoogd met 20%. Die verhoging is omdat het leven na echtscheiding in een één persoonshuishouden duurder is dan in een gezinshuishouden.
    Om de maximale partneralimentatie te berekenen wordt van de huwelijksgerelateerde behoefte afgetrokken het eigen inkomen van de alimentatie gerechtigde. Dit verkregen bedrag wordt vervolgens nog verhoogd met de inkomstenbelasting die over de alimentatie moet worden betaald.

    Voorbeeld. Paul verdient € 3.200,- netto per maand en zijn vrouw Rita € 1.800,-. Het gezamenlijk netto is dus € 5.000,- per maand. Na scheiding is de behoefte van elk € 2.500,- verhoogd met 20%, ofwel € 3.000,-. Rita verdient zelf € 1.800,-.
    De maximaal nog te ontvangen alimentatie is dus (3.000 -/-1. 800 = ) € 1.200,- netto. Bij dit inkomen is de belasting druk ongeveer 41%. Haar bruto behoefte is dan (1.41 x 1.200 =) € 1.692,- bruto. Dit is de maximale partneralimentatie naar behoefte.


    In schema
    Huwelijksgerelateerde behoefte = Netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk-/- de kosten van de kinderen en gedeeld door 2 + 20%
    Maximale partneralimentatie naar behoefte = huwelijksgerelateerde behoefte - eigen inkomen + te betalen inkomstenbelasting.
  • » Als de alimentatieplichtige niet voldoende draagkracht heeft?
  • sluiten Als er onvoldoende draagkracht aanwezig om volledig aan de behoefte van de partner te voldoen krijgt de alimentatiegerechtigde minder alimentatie. De draagkracht van de alimentatieplichtige is dus de begrenzende factor. De alimentatieplichtige hoeft nooit méér te betalen dan zijn draagkracht toelaat.
  • » Als er wel voldoende draagkracht is?
  • sluiten Als de alimentatieplichtige voldoende draagkracht heeft dan krijgt de alimentatiegerechtigde het bedrag dat zij nodig heeft om volledig in haar behoefte te voorzien, tenzij zij daardoor méér vrije bestedingsruimte heeft dan de alimentatieplichtige. Als dat het geval is wordt een jusvergelijking gemaakt.
  • » Wat is een jusvergelijking?
  • sluiten Een jusvergelijking is de vergelijking van het vrij te besteden inkomen (de draagkrachtruimte) van beide ex-partners. Doel ervan is de partneralimentatie vast te stellen zodanig dat de beide partners evenveel vrije bestedingsruimte hebben.

    Een jusvergelijking of vrije ruimtevergelijking wordt toegepast als de draagkracht van de alimentatieplichtige groot is en de alimentatiegerechtigde een eigen inkomen heeft. Met de jusvergelijking wordt bereikt dat de alimentatie zodanig wordt vastgesteld dat de vrijde bestedingsruimte ( C ) van beide ex-partners gelijk is.

    Voorbeeld: Stel Paul heeft een vrije bestedingsruimte van netto € 2000,-. Als hij € 1.692,- bruto partneralimentatie betaalt kost hem dit bij een belastingdruk van 42 % per maand (1692x0,58=) netto € 981,-. Zijn vrije bestedingsruimte is dus (2000 -/- 967 =) € 1.019,-.
    Rita heeft - met de alimentatie erbij - € 3.000 per maand te besteden.

    Zij heeft dezelfde lasten als Paul, haar draagkrachtloos inkomen is € 1.200 per maand. Per maand heeft zij dus een vrij te besteden inkomen van (€ 3.000-/- 1200=) € 1.800. Veel méér dus dan Paul.
    Met een jusvergelijking kan worden berekend hoeveel bruto partneralimentatie moet worden betaald om te bereiken dat beide ex-partners netto evenveel vrije bestedingsruimte hebben.
  • » Wat gebeurt er bij hertouwen?
  • sluiten Als de alimentatiegerechtigde gaat hertrouwen of gaat samenwonen als waren zij gehuwd dan eindigt op grond van de wet de alimentatieplicht definitief. Ook al eindigt deze nieuwe relatie dan herleeft de alimentatieplicht niet.
    Maar echtgenoten mogen hiervan afwijken. Er kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat de alimentatieplicht herleeft als de nieuwe relatie strandt.
    Als de alimentatieplichtige gaat hertrouwen dan verandert zijn draagkracht. Dat heeft gevolgen voor de alimentatie.
  • » Moet een nieuwe partner mee betalen aan de alimentatievoor de ex?
  • sluiten Nee, Het inkomen van een nieuwe partner blijft bij de berekening van de draagkracht buiten beschouwing. Wel is het zo dat de nieuwe partner geacht wordt mee te betalen aan de woonlasten. Dat betekent dat de woonlasten in principe door tweeën worden gedeeld en dat verhoogt de draagkracht. Indirect heeft het inkomen van de nieuwe partner dus wel invloed op de alimentatie.
  • » Wat is de wettelijke indexering?
  • sluiten De termijn van de alimentatieplicht is 12 jaar te rekenen vanaf de datum van echtscheiding. In heel bijzondere gevallen kan deze termijn met drie jaar worden verlengd.
    Bij kinderloze huwelijken die niet meer dan 5 jaar hebben geduurd, geldt in plaats van de hiervoor genoemde limiteringtermijn van 12 jaar een termijn, gelijk aan de duur van het huwelijk.
    Partijen zijn vrij een andere termijn af te spreken. Er kan voor een kortere of juist langere termijn worden gekozen.
  • » Is alimentatie fiscaal aftrekbaar?
  • sluiten Partneralimentatie is voor de alimentatieplichtige geheel fiscaal aftrekbaar. De alimentatiegerechtigde betaalt over de partneralimentatie belasting. Kinderalimentatie is voor de alimentatieplichtige niet aftrekbaar. De alimentatie gerechtigde betaalt daarover dus ook geen belasting. De alimentatieplichtige heeft wel recht op persoonsgebonden aftrek als zijn bijdrage in de kosten van de kinderen minimaal € 131,- (peiljaar 2007) per maand en per kind bedraagt. Het fiscale voordeel daarvan varieert van € 30,- tot 50,- per maand per kind.
  • » Kan alimentatie worden gewijzigd?
  • sluiten Ja, als er omstandigheden wijzigen kan de alimentatie worden aangepast. Dit is in de wet geregeld. De wijziging kan door de rechter worden vastgesteld of door partijen zelf.
  • » Moet je altijd naar de rechter als de alimentatie moet worden gewijzigd?
  • sluiten Nee, partijen kunnen ook in onderling overleg nieuwe afspraken maken. Als te voorzien is dat zich wijzigingen zullen voordoen kunnen daarover ook al in het echtscheidingsconvenant afspraken worden gemaakt. Partijen kunnen ook afspreken welke wijzigingen van omstandigheden juist geen invloed zullen hebben op de hoogte van de alimentatie.
  • » Wat is een niet-wijzigingsbeding?
  • sluiten Een niet-wijzigingsbeding is de schriftelijke afspraak tussen partijen dat de alimentatie niet kan worden gewijzigd. Een dergelijke afspraak geldt echter niet in geval van een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden dat de verzoeker naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet langer aan het beding mag worden gehouden. Of dit het geval is beoordeelt.
  • » Wat gebeurt er met mijn alimentatie als mijn ex-partner overlijdt?
  • sluiten Bij overlijden van de alimentatieplichtige ex-partner vervalt de alimentatie. In sommige gevallen komt daarvoor in de plaats een recht op bijzonder nabestaandenpensioen.
    Als de alimentatieplichtige niet goed is verzekerd kunnen er grote financiële problemen ontstaan. Een (tijdelijke) overlijdensrisicoverzekering of alimentatieverzekering kan daarvoor soms een oplossing zijn.

  • Kinderalimentatie en co-ouderschap
  • » Hoe wordt de behoefte van kinderen berekend?
  • sluiten Voor de vaststelling van de behoefte van kinderen tot 18 jaar gebruikt de rechtbank een tabel. Deze tabel is afkomstig vanhet Nibud. Uit onderzoek van het Nibud. blijkt dat de gemiddelde kosten van de kinderen in een gezin met 1, 2, 3 of 4 kinderen respectievelijk 17, 26, 33 en 40% van het netto gezinsinkomen bedraagt.

    Een deel van deze kosten wordt bestreden door de kinderbijslag, de rest is het zogenaamde eigen aandeel ouders in de kosten van het kind. De kosten zijn hoger naarmate het gezinsinkomen hoger is. Als er méér kinderen in het gezin zijn dan zijn de kosten per kind lager. Hoe jonger de kinderen, hoe hoger de eigen bijdrage. Dit komt omdat de kinderbijslag voor jonge kinderen lager is. Voor de vaststelling van alimentatie door de rechtbank zijn op basis van dit Nibud onderzoek tabellen gemaakt. Daarop kan de rechter aflezen hoe hoog het eigen aandeel is van de ouders in de kosten van de kinderen. Dit bedrag kan nog worden verhoogd met extra kosten bijvoorbeeld voor extra kosten wegens kinderopvang die na de scheiding nodig zijn en eventuele andere extra uitgaven zoals bijvoorbeeld reiskosten Het aldus verkregen bedrag is de maximale kinderalimentatie die de rechter zal kunnen opleggen.

    Voorbeeld. Peter heeft een inkomen van € 2.400,- netto per maand, zijn vrouw Marieke verdient € 600,-. Het gezinsinkomen is dus € 3.000,- per maand. Zij hebben één kind. In de tabel eigen aandeel ouders is af te lezen dat het eigen aandeel van de ouders tijdens het huwelijk voor dit éne kind € 435,- per maand is. Na de scheiding gaat het kind één dag meer naar de kinderopvang. Extra kosten € 40,- per maand. De maximale alimentatie is dus (435 + 40=) € 475,-. Per maand. Dit bedrag moet Peter betalen als zijn draagkracht voldoende is.
  • » Hoe wordt de kinderalimentatie vastgesteld als beide ouders draagkracht hebben?
  • sluiten Als beide ouders voldoende inkomen hebben voor de kosten van de kinderen worden de kosten verdeeld in verhouding tot hun draagkracht.

    Voorbeeld. Peter en Marieke gaan scheiden. Alle kosten worden betaald door Marieke. Hun dochter Elly woont bij Marieke. De kosten volgens de Nibud tabelzijn € 435,-. Peter heeft een draagkrachtruimte van € 600, - per maand, Marieke heeft een draagkrachtruimte van € 300,- per maand. Zij kan zelf betalen (300/900 x 435 =) € 145,- per maand. Zij heeft dus recht op (435 - 145 =) € 290,- kinderalimentatie van Peter.
  • » Wat is een verdeelsleutel kosten kinderen?
  • sluiten De verdeelsleutel is de verhouding waarin ouders bijdragen in de kosten van de kinderen. Deze is gebaseerd op ieders draagkrachtruimte.

    Voorbeeld. De draagkrachtruimte van Marieke is € 300,- per maand, die van Peter is € 600,-.
    De totale draagkrachtruimte is € 900,-. De verdeelsleutel is 300/900 : 600/900, ofwel 1/3 : 2/3.
    Dat betekent dat Marieke 1/3 deel van de kosten betaalt en Peter 2/3 deel.
  • » Hoe wordt de behoefte van de jong-meerderjarige berekend?
  • sluiten Voor de berekening van de behoefte van kinderen van 18 tot 21 jaar bestaan (nog) geen vaste normen. Soms wordt aangesloten bij de normen die door de Informatie Beheergroep worden gehanteerd op grond van de Wet Studiefinanciering. Anderen bevelen aan de jongmeerderjarige hetzelfde te behandelen als de minderjarige.
  • » Wanneer verandert de behoefte van de kinderen?
  • sluiten De welstand van de kinderen groeit mee met het inkomen van de ouders. Als het inkomen van de ouders toeneemt is dus ook de behoefte en dus de maximale alimentatie hoger. Andersom is niet het geval. Als het inkomen van de ouders afneemt blijft de behoefte gelijk. Bij een verandering van het inkomen van de ouders, hoger of lager, kan leiden tot een andere verdeelsleutel.
  • » Wat is een verdeelsleutel?
  • sluiten De verdeelsleutel is de verhouding van de draagkracht - of vrije bestedingsruimte - van de ouders en wordt gebruikt om de kosten van de kinderen naar evenredigheid te verdelen.
  • » Hoe wordt de draagkracht bij kinderalimentatie berekend?
  • sluiten De draagkracht van de ouders wordt op dezelfde wijze berekend als bij de vaststelling van partneralimentatie. (zie bij: Hoe wordt de draagkracht berekend?). Als beide ouders draagkracht hebben worden de kosten verdeeld volgens de verdeelsleutel.
  • » Wie betaalt de kosten van de kinderen als beide ouders onvoldoende draagkracht hebben?
  • sluiten De niet verzorgende ouder hoeft nooit méér te betalen aan alimentatie dan zijn draagkracht toelaat. Oók niet als de verzorgende ouder evenmin voldoende draagkracht heeft om in de behoefte van de kinderen te voorzien. In de praktijk heeft dit tot gevolg dat de armoede eenzijdig wordt afgewenteld op de verzorgende ouder.

    Voorbeeld. Jan heeft een inkomen van € 1.800,- netto per maand. Zijn draagkrachtloos inkomen is € 1.400,-. Zijn draagkrachtruimte is dus € 400,- Hiervan is 60% bestemd voor alimentatie, ofwel € 240,-. Zijn fiscaal voordeel wegens persoonsgebonden aftrek is (schatting) € 120,- per maand. Er is dus € 360,- beschikbaar voor kinderalimentatie. Zijn ex-echtgenote Anita heeft een inkomen van € 1.200,- per maand. Zij heeft geen draagkrachtruimte.

    De kosten van hun drie jonge kinderen volgens 'de tabel' zijn (schatting) € 790,-. Toch zal Anita moeten rondkomen met de € 360,= per maand die Jan op grond van zijn draagkracht maximaal kan betalen. Dit probleem is slechts op te lossen als de ouders als uitgangspunt nemen dat beiden tezamen verantwoordelijk zijn voor de kosten.

    Dat betekent dat bij een tekort de armoede eerlijk wordt verdeeld, zo nodig ten koste van de vrije bestedingsruimte van de ouders. Maar ook andere opties moeten bespreekbaar zijn zoals: een andere verdeling van zorgtaken zodat beide ouders (meer) aan het arbeidsproces kunnen deelnemen of verlaging van de uitgaven. (zie verder bij: Hoe moeten de kosten bij co ouderschap worden verdeeld?)
  • » Wat is co ouderschap?
  • sluiten Co ouderschap, of gedeelde zorg, is als ouders ook na de scheiding de zorg voor de kinderen delen. Bijvoorbeeld een week bij de éne en een week bij de andere ouder. Maar ook als de kinderen 5 dagen bij éne en 2 dagen bij de andere ouder zijn is sprake van gedeelde zorg.
    Voor de fiscus is sprake van co ouderschap als de kinderen minstens drie nachten bij de éne en drie dagen bij de andere ouder zijn.
    Bij co ouderschap hebben dikwijls beide ouders kosten: in beide huizen hebben kinderen een kamer, een fiets en soms ook hebben ze in beide huizen kleding en speelgoed.
  • » Hoe moeten de kosten bij co ouderschap worden verdeeld?
  • sluiten Bij co ouderschap delen de ouders de zorg en hebben zij dus beiden kosten. Ook bij een verdeling van zorgtaken in een andere verhouding van bijvoorbeeld 2 dagen bij de éne en 5 dagen bij de andere ouder hebben beide ouders kosten. Niet alleen voor de dagelijkse zorg maar ook voor huisvesting, kleding, vervoer e.d. De traditionele berekening van de kinderalimentatie is in die situatie minder bruikbaar. Daarom is door Bol Advocaten een verdeelschema ontwikkeld voor de verdeling van de kosten van kinderen, gebaseerd op het uitgangspunt dat beide ouders verantwoordelijk zijn voor de kosten.
    Deze methode wordt niet toegepast door de rechtbank maar is goed bruikbaar gebleken als ouders samen een oplossing zoeken.
  • » Wat is het Verdeelschema Kosten Kinderen?
  • sluiten In het Verdeelschema Kosten Kinderen is een overzicht van enerzijds het beschikbare budget en de verdeling daarvan en anderzijds de uitgaven. Met behulp van het Verdeelschema Kosten Kinderen kan de kinderalimentatie worden vastgesteld rekening houdend met de kosten die beide ouders maken.
    Het rekenschema is verdeeld in twee delen en werkt als volgt. Boven de streep staat wat elke ouder beschikbaar heeft (of zou moeten hebben), uit eigen budget, kinderbijslag en andere toeslagen. Onder de streep staan zijn uitgaven. Het verschil tussen wat beschikbaar is en wat de uitgaven zijn is de te betalen of te ontvangen alimentatie.

    Voorbeeld Mark en Brenda gaan scheiden. Zij hebben twee kinderen, Peter van 10 en Trees van 8 jaar oud. Zij willen de zorg verdelen. De kinderen zullen drie dagen per week bij Mark zijn en vier dagen bij Brenda. Mark heeft een netto inkomen per maand van € 2100,- , Brenda heeft € 1.400,-.

    Peter staat ingeschreven bij Brenda en Trees bij Mark. Zij ontvangen ieder voor één kind kinderbijslag, van € 70,- per maand. De eigen kosten volgens 'de tabel' is € 800,-. De kinderbijslag is € 140,-. Verhoging wegens dubbele woonlasten 16%. De totale behoefte is dus: 1.16 x 800 + 140 = € 1.128,- per maand.
    Op grond van de draagkrachtberekeningen blijkt Brenda een draagkrachtruimte heeft van € 300,- en Mark van € 800,-. De verdeelsleutel is dus 3:8. Brenda betaalt 3/11 deel van de kosten te betalen en Mark 8/11 deel.

    De totale uitgaven van de kinderen wordt als volgt gespecificeerd. Tot de bijzondere kosten rekenen Mark en Brenda het schoolgeld (€ 10,- per maand), kosten van judo en turnen (totaal € 30,- per maand), kosten stottertherapie Trees (€ 60,= per maand), kleding en schoenen (€ 100,= per maand).
    Totaal bijzondere kosten : € 200.,-per maand. Deze kosten worden door Brenda betaald. De dagkosten stellen zij op € 5,- per dag per kind, ofwel 30 x 2 x 5 = € 300,- per maand.
    Wat overblijft is de vrije bestedingsruimte. Dat is dus (1128 -/- 200 -/- 300 = ) € 628,- per maand. De alimentatie kan nu worden berekend aan de hand van het volgende schema.


    Verdeelschema kosten kinderen
    Budget Totaal Mark Brenda
    Bijdrage volgens de 'tabel' + 16% € 988,-
    Eigen aandeel ouders volgens verdeelsleutel € 719,- € 269,-
    Kinderbijslag € 140,- € 70,- € 70,-
    Totale budget € 1.128,- € 789,- € 339,-
    ======================================================================
    Uitgaven
    Bijzondere kosten € 200,- -/-€ 200,-
    Dagkosten € 300,- -/- € 129,- -/- € 171,-
    Vrije bestedingsruimte € 628,- -/- € 314,- -/- € 314,-
    Totale uitgaven € 1.128,- -/- € 443,- -/- € 685,-
    Budget € 789,- € 339,-
    Nog beschikbaar/tekort € 346,- -/- € 346,-
  • » Hoe wordt de behoefte van de kinderen bij co ouderschap berekend?
  • sluiten De behoefte van de kinderen bij co ouderschap is 16% hoger dan bij gewone kinderalimentatie omdat er na de scheiding dubbele woonlasten zijn. Verder is er geen verschil. (zie verder: Hoe wordt de behoefte van kinderen berekend).
  • » Hoe wordt de verdeelsleutel bij co ouderschap berekend?
  • sluiten De verdeelsleutel (= hoe de kosten van de kinderen tussen ouders wordt verdeeld) kan worden berekend op dezelfde wijze als bij de gewone alimentatieberekening (zie Hoe wordt de verdeelsleutel bij kinderalimentatie berekend?) met dat verschil dat beide ouders worden aangemerkt als alleenstaande (tenzij er nog andere gezinsleden zijn die (mede) door hem moeten worden onderhouden). Wel wordt rekening gehouden met de fiscale voordelen die de alleenstaande ouder geniet of het fiscale voordeel wegens de kinderalimentatie. Er wordt dus geen rekening gehouden met de kosten van de omgangsregeling.
    De ouders kunnen ook op basis van eigen bevindingen een redelijke verdeelsleutel vaststellen.
  • » Welke soorten van kosten kinderen worden onderscheiden?
  • sluiten In het Verdeelschema Kosten Kinderen worden drie categorieën van kosten onderscheiden. De eerste categorie zijn de bijzondere kosten. Dit zijn noodzakelijke kosten die in principe door de éne of door de andere ouder worden gemaakt. Voorbeelden van bijzondere kosten zijn: kleding, kinderopvang, verzekeringen, sport, muziekles, verenigingen, school, (ongedekte) medische kosten etc. etc.

    De tweede categorie zijn de dagkosten. Deze hangen rechtstreeks samen met het aantal dagen dat de kinderen tot het huishouden behoren en worden dus ook in deze verhouding verdeeld. Dit is voeding, gebruik water, gas, elektra, telefoon e.d.

    De derde categorie is de restcategorie. Dus wat over blijft nadat de directe kosten zijn gedaan. Het is de vrije bestedingsruimte voor kinderen en hangt samen met het welstandsniveau van de kinderen. De grotere of juist kleinere auto, dure of goedkope vakanties, een duur of een goedkoop huis etc. Als de zorg 50/50 is verdeeld is het redelijk dat ook deze vrije bestedingsruimte in deze verhouding wordt verdeeld. Zijn de kinderen grotendeels bij één van de ouders dan is het redelijk dat deze ouder ook het grootste deel van dit budget krijgt toebedeeld.
  • » Wie stelt de omvang van de categorieën vast?
  • sluiten De omvang van de drie categorieën wordt vastgesteld door de ouders. Aan de hand van de feitelijke situatie worden eerst de noodzakelijk bijzondere kosten vastgesteld. Vervolgens worden de dagkosten vastgesteld. Daarvoor kan een vast bedrag worden gekozen, bijvoorbeeld € 5,- per dag per kind. Wat overblijft is de vrije bestedingsruimte.
  • » Als beide ouders bij co ouderschap te weinig draagkracht hebben?
  • sluiten Als de ouders te weinig inkomen hebben om het welstandsniveau van de kinderen in stand te houden en het is niet mogelijk of wenselijk méér inkomen te verwerven moet er worden bezuinigd. Als gebruik wordt gemaakt van het verdeelschema zal door die bezuiniging allereerst de vrije bestedingsruimte sneuvelen. Als dat niet toereikend is moet ook op de andere uitgaven worden bezuinigd. Soms draagt de fiscus een steentje bij.
    De bezuinigen treffen steeds de uitgaven bij beide ouders. En daarin onderscheidt het verdelingsschema zich van de traditionele alimentatieberekening, waarin het tekort wordt afgewenteld op de ouder met het minste inkomen.

    Voorbeeld 1. Klaas heeft onvoldoende draagkracht om de berekende alimentatie van € 372,= te voldoen. Schrappen op de uitgaven wilden partijen niet. Uiteindelijk werd besloten de zorgtaken anders te verdelen. Klaas zal voortaan de kinderen 3 dagen per week verzorgen zodat Elly méér kan werken. Bovendien werd besloten dat het jongste kind bij Klaas zou gaan wonen en daardoor kon ook Klaas aanspraak maken op extra fiscale voordelen.

    Voorbeeld 2. Ook Teun en Samira hadden te weinig draagkracht om te voorzien in de kosten van de kinderen. Meer zorgen zat er voor Teun niet in. Wel kon Samira een dag meer werken. De kosten van kinderopvang voor die dag werd verdeeld volgens de verdeelschema.

    Voorbeeld 3. Patrick en Eline kwamen niet uit omdat veel geld en tijd nodig was voor het halen en brengen van de kinderen. Meer werken zat er niet in en een andere verdeling van de zorg leidde ook niet tot een oplossing. Uiteindelijk werd besloten te verhuizen zodat een groot deel van de kosten vervielen en er meer tijd was om te werken.


    Wat een passende oplossing is hangt dus af van de situatie.
  • » Gaat kinderalimentatie vóór partneralimentatie?
  • sluiten Ja, als zowel kinderalimentatie moet worden betaald als partneralimentatie en er is bij de alimentatieplichtige onvoldoende draagkracht dan gaat de kinderalimentatie vóór. Van de draagkrachtruimte wordt eerst de kinderalimentatie afgetrokken. Wat over blijft is bestemd voor partneralimentatie. Bij gedeelde zorg - dus als beide ouders kosten hebben voor de kinderen - worden deze kosten bij de berekening van het draagkrachtloos inkomen meegenomen.
  • » Wat zijn de fiscale gevolgen van kinderalimentatie?
  • sluiten De overheid betaalt extra mee aan de kosten van kinderen na echtscheiding. De alimentatieplichtige ontvangt een belastingvoordeel wegens persoonsgebonden aftrek van ongeveer 35 tot 45 per maand per kind bij een kinderalimentatie van minimaal € 131,- per maand. De verzorgende ouder kan aanspraak maken op extra heffingskortingen. Afhankelijk van de hoogte van het eigen inkomen uit arbeid kan dit voordeel oplopen tot méér dan tweehonderd euro's per maand.
  • » Wat zijn de fiscale gevolgen van co ouderschap?
  • sluiten Bij co ouderschap kan een extra fiscaal resultaat worden bereikt. Als de kinderen ongeveer evenveel bij de éne als bij de andere ouder zijn dan behoren de kinderen zowel tot het éne als tot het andere huishouden. Dat kan extra heffingskortingen opleveren. Is er méér dan één kind dan kan er voor worden gekozen om de kinderen 'te verdelen'.

    Dat wil zeggen dat tenminste één kind op het adres van de éne ouder is ingeschreven en het andere op het adres van de andere ouder. In dat geval hebben beide ouders in principe recht op extra heffingskortingen zoals éénouderkorting. Dit voordeel kan oplopen tot méér dan tweehonderd euro's per maand.
    Voorts kan afgesproken worden dat over en weer alimentatie wordt betaald voor het kind (of de kinderen) die bij de andere ouder hun hoofdverblijf hebben. Voor dit kind bestaat dan recht op persoonsgebonden aftrek wegens kinderalimentatie.
  • » Hoe lang duurt de kinderalimentatie?
  • sluiten Ouders zijn volgens de wet onderhoudsplichtig tot de kinderen 21 jaar oud zijn. Tot hun 18 jar wordt de alimentatie betaalt aan de verzorgende ouder. Vanaf 18 jaar heeft het kind zelf recht op de bijdrage. Omdat kinderen op deze leeftijd meestal nog thuis wonen spreken ouders vaak af dat de alimentatie aan de verzorgende ouder wordt betaald zolang het kind nog thuis woont.
  • » Wie betaalt de kosten van studerende kinderen?
  • sluiten Als kinderen 21 jaar oud zijn dan hebben zij wettelijk geen recht meer op een bijdrage van hun ouders in de kosten van studie en levensonderhoud. Maar het is algemeen gebruikelijk dat ouders ook na die leeftijd blijven betalen. Daarom worden voor studerende kinderen van 21 jaar en ouder door ouders vaak aanvullende afspraken gemaakt. Bijvoorbeeld kan worden afgesproken dat beide ouders naar draagkracht blijven bijdragen zolang het kind in goed overleg met de ouder en met redelijke resultaten een opleiding volgt. Met deze aanvullende afspraken wordt voorkomen dat studerende kinderen alsnog de dupe worden van de gevolgen van de echtscheiding.

    Via HetAlimentatieformulier.nl kunt u verschillende soorten berekeningen laten maken.
    Wilt u een berekening laten maken?



Sluit venster